Notarissen in het verzet

Pagina 37 Gerrit Ruijs 010164022790Gerrit Ruijs, Atelier J. Merkelbach/Stadsarchief Amsterdam

Het boek Kille mist van Raymund Schütz zorgde in 2016 voor een demasqué van het notariaat tijdens de Tweede Wereldoorlog. Onder het mom van lijdelijkheid werkten de notarissen mee aan discriminerende maatregelen tegen Joden. Daarnaast verdienden zij aan de vervreemding van Joods onroerend goed. Dat geldt uiteraard niet voor alle notarissen: een aantal steunde actief het verzet. Zij moesten dit soms met hun leven bekopen.

Gerrit Ruijs, notaris en advocaat in Amsterdam, was gedurende de oorlog actief in het verzet. Dat kostte hem, maar ook twee van zijn zoons, uiteindelijk het leven. Zijn oudste zoon, Herman, verspreidde verzetskrant Het Parool illegaal in Bussum, de woonplaats van het gezin Ruijs. Ook hielp hij Joodse onderduikers en bereidde hij een aanslag voor op een lokale politiekapitein. Door verraad ging de aanslag niet door: Herman werd gearresteerd en op 22 oktober 1943 door de Duitsers geëxecuteerd. Hetzelfde lot zou zijn jongere broer Hugo Floris treffen. Op 12 januari 1945 hielden militairen hem aan, terwijl hij op een onverlichte fiets Het Parool verspreidde. Wat volgde was een huiszoeking bij het gezin Ruijs, waarbij ‘bezwarend materiaal’ werd aangetroffen. Zowel Gerrit als zijn vrouw Johanna werden vastgezet. Hugo Floris stierf op 7 maart 1945 voor het vuurpeloton in Overveen, Gerrit overleed op 5 april aan de gevolgen van dysenterie in concentratiekamp Neuengamme. Johanna kwam op eind april vrij. Zij zou pas in september te horen krijgen dat ook haar man ‘zijn leven heeft moeten geven voor het Vaderland’.

Handen in de lucht
Ook kandidaat-notaris Gerrit Bleeker uit Leeuwarden zou de oorlog niet overleven. In mei 1940 vocht hij als reserve-luitenant nabij het Brabantse Mill tegen de Duitsers. Na de capitulatie van Nederland zette hij zijn notariële werk voort. Ondertussen was hij ook lid van de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten (NBS). Tegen het einde van de oorlog dook hij onder bij zijn schoonvader in Kollum en sloot hij zich aan bij de plaatselijke verzetsgroep. Op 15 april 1945 – de dag van de bevrijding van Friesland – stond hij bij de Soensterdijk om vluchtende Duitsers aan te houden. Daar dwong hij een SS’er op een motorfiets tot stoppen. Deze stak vervolgens zijn handen in de lucht. Een vrachtwagen naderde dit tafereel, werd gewaarschuwd door de SS’er en stopte. Duitse militairen sprongen uit de wagen en begonnen te schieten. Bleeker en een andere verzetsman kwamen hierbij om het leven.

Aanslag
Een andere kandidaat-notaris, Gerrit-Jan van den Boogerd uit Brielle, trof een zelfde lot. Ook hij had in de meidagen van 1940 gevochten en ging het verzet in. Hij werd commandant van de Ordedienst en leidde een verzetsgroep. In het voorjaar van 1944 vatte de groep het plan op om Gerrit Stap, een gehate politieman die vele Joden had opgespoord, te vermoorden. De aanslag werd echter verraden, waardoor Van den Boogerd samen met drie andere mannen werd opgepakt. Vervolgens werd hij wegens spionage en wapenbezit ter dood veroordeeld. Op 25 juli 1944 werd hij bij Fort Rhijnauwen gefusilleerd.

Onderduikers
Notaris Adriaan van Bergeijk zat in Zuidland, waar hij ook zijn kantoor had, in het verzet. Hij zorgde onder meer voor voedsel voor onderduikers. Op 22 december 1944 hielden de Duitsers hem thuis aan. Via de gevangenis van Scheveningen en kamp Amersfoort kwam hij terecht in concentratiekamp Neuengamme. Daar is hij waarschijnlijk op 7 april 1945 gefusilleerd.

Vergelding
In totaal kwamen dertien notarissen om het leven door toedoen van de Duitsers. Negen van hen zaten in het verzet en kwamen om in een kamp of voor het vuurpeloton. Drie notarissen van Joodse komaf zijn omgekomen in een concentratiekamp. De dertiende notaris, Johannes Mulder uit Hoogeveen, is als vergelding voor een aanslag op een burgemeester geëxecuteerd. Ook negen kandidaat-notarissen overleefden de oorlog niet: vier vanwege hun activiteiten voor het verzet, vijf vanwege hun Joodse afkomst.